ECLI:NL:CRVB:2008:BD4758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens
Appellante en haar echtgenoot ontvingen bijstand op grond van de Algemene bijstandswet. Naar aanleiding van een melding over een onbekende bankrekening bij de echtgenoot, onderzocht het College de rechtmatigheid van de bijstand. Het College besloot de bijstand over een periode in 1999 in te trekken en de kosten terug te vorderen wegens het niet melden van een vermogen boven de vrij te laten grens.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellante en haar echtgenoot beschikten over een vermogen dat de vermogensgrens overschreed. Het niet melden hiervan vormt een schending van de inlichtingenverplichting, waardoor ten onrechte bijstand is verleend.
De Raad wijst het verweer af dat appellante niet op de hoogte was van de bankrekening en dat de strafzaak tegen haar was geseponeerd. Ook het beroep op schuldsanering en een vonnis tot schone lei leidt niet tot een ander oordeel. Het College heeft gehandeld binnen haar bevoegdheid en volgens een redelijke beleidsregel. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.