ECLI:NL:RBOVE:2020:490
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen terugvordering van bijstand wegens erfenis in schuldsaneringsboedel
De zaak betreft een geschil tussen Stadsbank Oost Nederland en het college van burgemeester en wethouders van Enschede over de terugvordering van bijstand aan mevrouw [naam 1]. Verweerder had een bedrag van €14.342,51 teruggevorderd omdat betrokkene een erfenis had ontvangen. Betrokkene is onder bewind gesteld en toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP), welke nog loopt.
Verweerder stelde zich op het standpunt dat terugvordering mogelijk was op grond van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f, ten eerste, van de Participatiewet, ondanks de schuldsaneringsregeling. Eiser betoogde dat de erfenis volgens artikel 295 en Pro 296 van de Faillissementswet in de schuldsaneringsboedel valt en betrokkene er niet over kan beschikken.
De rechtbank oordeelde dat de erfenis inderdaad in de schuldsaneringsboedel valt en dat betrokkene niet bevoegd is om over deze middelen te beschikken. Hierdoor is de situatie van artikel 58 PW Pro niet van toepassing en is terugvordering niet toegestaan. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waarbij verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het terugvorderingsbesluit en oordeelt dat terugvordering niet mogelijk is omdat de erfenis in de schuldsaneringsboedel valt.