ECLI:NL:CRVB:2008:BD4919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige motivering
Betrokkene, een voormalige projectadministrateur, viel sinds juni 2002 uit wegens psychische en fysieke klachten en ontving een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2005 werd deze uitkering herzien naar 35-45% op basis van een arbeidsdeskundig rapport dat functies selecteerde met het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
De rechtbank vernietigde het arbeidskundige deel van het besluit wegens het ontbreken van een overzicht van normaalwaarden en interpretatiekader, en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen. In hoger beroep stelt het UWV dat de arbeidskundige component niet als zelfstandig deelbesluit kan worden aangemerkt en dat de motivering voldoende is.
De Raad overweegt dat de arbeidskundige beoordeling geen zelfstandig deelbesluit is en dat gedeeltelijke vernietiging niet mogelijk is. Tevens oordeelt de Raad dat een lijst met normaalwaarden niet vereist is zolang alle signaleringen zijn toegelicht, wat in dit geval is gebeurd. Daarom vernietigt de Raad de aangevallen uitspraak en het besluit van 12 januari 2006 geheel, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Tot slot veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt geheel vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.