ECLI:NL:CRVB:2008:BC2880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidskundige component en herziening WAO-uitkering niet als zelfstandig deelbesluit
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Breda waarin het arbeidskundige gedeelte van een besluit tot herziening van een WAO-uitkering werd vernietigd. Het UWV had de WAO-uitkering van betrokkene herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% en de WAZ-uitkering beëindigd. De rechtbank oordeelde dat de medische grondslag van het besluit standhield, maar dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende transparant en toetsbaar was, waardoor dat deel van het besluit werd vernietigd.
In hoger beroep stelt het UWV dat met aanpassingen aan het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) voldoende verifieerbaarheid en inzichtelijkheid is bereikt. De Raad stelt vast dat de arbeidskundige component niet als zelfstandig deelbesluit kan worden aangemerkt en dat het besluit tot herziening van de WAO-uitkering niet in zoverre vernietigd kan worden. Het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige van januari 2007 motiveert voldoende dat de geselecteerde functies de belastbaarheid van betrokkene niet overschrijden.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep gegrond werd verklaard en het arbeidskundige gedeelte van het bestreden besluit werd vernietigd. Het bestreden besluit wordt in zoverre hersteld en de rechtsgevolgen blijven in stand. De medische beoordeling en het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering worden niet opnieuw beoordeeld omdat daartegen geen hoger beroep is ingesteld.
Uitkomst: De Raad bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het arbeidskundige gedeelte werd vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven.