ECLI:NL:CRVB:2008:BC4826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beëindiging WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Betrokkene maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 6 juni 2005 te beëindigen, omdat zij ondanks haar arbeidsongeschiktheid in staat zou zijn tot het verrichten van gangbare arbeid met een loonverlies van circa 11%.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van betrokkene gegrond vanwege onvoldoende transparantie en toetsbaarheid van de gebruikte Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en het ontbreken van een lijst met normaalwaarden en interpretatiekader.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het arbeidskundige deel van het besluit niet als zelfstandig deelbesluit kan worden vernietigd en dat de verzekeringsartsen de beperkingen van betrokkene niet hebben onderschat. De Raad stelt dat het aangepaste CBBS-systeem voldoende inzicht en toetsbaarheid biedt en dat het UWV geen aanvullende motiveringsplicht heeft.
Het hoger beroep van betrokkene wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Breda vernietigd. De Raad ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 februari 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Breda vernietigd.