ECLI:NL:CRVB:2008:BD5198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkering en medische grondslag in hoger beroep
Appellant ontving aanvankelijk een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid, die later werd ingetrokken omdat het UWV oordeelde dat hij geen beperkingen meer had. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen. Vervolgens kende het UWV een WAO-uitkering toe met een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn psychische beperkingen onvoldoende waren onderzocht en dat de rechtbank ten onrechte geen onafhankelijke deskundige had ingeschakeld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de medische beoordeling adequaat was, mede omdat de bezwaarverzekeringsarts een gedegen rapport had opgesteld en appellant de mogelijkheid had gekregen zich door een psychiater te laten onderzoeken, maar hiervan geen gebruik had gemaakt.
De Raad bevestigde het besluit van 29 mei 2006 waarin appellant geschikt werd geacht voor bepaalde functies zonder overschrijding van zijn belastbaarheidsbeperkingen. Het beroep tegen dit besluit werd ongegrond verklaard, waarmee het eerdere besluit van het UWV standhield.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 29 mei 2006 wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.