ECLI:NL:CRVB:2008:BD5291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens ongerechtvaardigde inbreuk op huisrecht niet gerechtvaardigd
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van twijfels over zijn woonsituatie vond een telefonisch onderhoud plaats, waarna zonder zijn aanwezigheid een huisbezoek werd afgelegd. Tijdens dit huisbezoek werd bewijs verzameld dat leidde tot intrekking van de bijstand per 1 april 2005.
De Raad oordeelt dat het huisbezoek zonder toestemming van appellant een ongerechtvaardigde inbreuk op zijn huisrecht vormt. Het bewijs dat bij dit huisbezoek werd verkregen, moet als onrechtmatig worden aangemerkt en buiten beschouwing worden gelaten. Verder concludeert de Raad dat onvoldoende concrete feiten bestonden om direct een huisbezoek te rechtvaardigen zonder eerst een afspraak te maken.
De Raad vernietigt het besluit van 17 november 2005 dat de intrekking en afwijzing van de aanvraag bevestigde, en beveelt het College een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens onrechtmatige inbreuk op het huisrecht en onrechtmatig verkregen bewijs.