ECLI:NL:CRVB:2008:BD5640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos door ongeoorloofd gebruik van werkgeverseigendommen
Appellant was sinds 1977 in dienst bij zijn werkgever en werd op staande voet ontslagen wegens verduistering van materieel en materialen en verwijtbaar gedrag. Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst vroeg appellant een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant goederen van de werkgever had meegenomen en gebruikt zonder toestemming, waardoor hij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat dit tot ontslag kon leiden.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij niet verwijtbaar werkloos is, stellende dat hij met medeweten van collega’s en directie materialen gebruikte. De Raad stelde echter vast dat appellant geen toestemming had gevraagd of gekregen en dat het gebruik van materialen de toegestane mate ver overstijgt. De verklaringen van de werkgever en ex-collega’s werden als voldoende bewijs geacht, terwijl de ontkenning van appellant onvoldoende was.
De Raad concludeerde dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden door zijn gedrag en bevestigde het besluit van het UWV om de WW-uitkering blijvend geheel te weigeren. Daarnaast werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan op 4 juni 2008 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloosheid door ongeoorloofd gebruik van werkgeverseigendommen.