ECLI:NL:CRVB:2008:BD5899

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-6840 AWBZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens te late indiening en niet-aangetekende verzending

De zaak betreft een hoger beroep van de erven van betrokkene tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin het bezwaar tegen een besluit van Zilveren Kruis wegens te late indiening niet-ontvankelijk werd verklaard. Het bezwaar was ingediend tegen een besluit van 24 februari 2005, maar het bezwaarschrift werd pas op 3 mei 2005 ontvangen, terwijl het oorspronkelijke bezwaarschrift van 7 maart 2005 niet aangetekend was verzonden.

De Raad stelde vast dat het bezwaarschrift niet tijdig was ingediend omdat niet kon worden aangetoond dat het voor het einde van de termijn ter post was bezorgd en dat Zilveren Kruis het bezwaarschrift binnen de wettelijke termijn van één week had ontvangen. De enkele stelling dat het bezwaarschrift op 7 maart 2005 was verzonden, was onvoldoende om aan te tonen dat het daadwerkelijk ter verzending was aangeboden.

De Raad verwierp de mogelijkheid dat de brief zoekgeraakt was bij TNT Post of het Zorgkantoor, omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de brief op of rond 7 maart 2005 ter verzending was aangeboden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en niet-aangetekende verzending.

Uitspraak

07/6840 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van
de erven van [Betrokkene], gewoond hebbende te [woonplaats], (hierna: appellanten)
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 november 2007, 05/5444 (hierna: aangevallen uitspraak)
in het geding tussen
appellanten
en
Zilveren Kruis Achmea Zorgverzekeringen N.V. als rechtsopvolger van de Onderlinge Waarborgmaatschappij Zilveren Kruis Ziekenfonds u.a., gevestigd te Rotterdam, (hierna: Zilveren Kruis)
Datum uitspraak: 4 juni 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellanten heeft P. Jongeneel hoger beroep ingesteld.
Zilveren Kruis heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is aan de orde gesteld ter zitting van 23 april 2008. Appellanten zijn niet verschenen. Zilveren Kruis heeft zich, na daarvan te hebben bericht, niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
1. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van Zilveren Kruis van 14 november 2005 inhoudende dat het bezwaar tegen het besluit van 24 februari 2005 wegens te late indiening niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank heeft dit beroep bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
2. De Raad stelt vast dat in hoger beroep niet in geding is dat Zilveren Kruis het besluit van 24 februari 2005 op die datum door toezending aan [Betrokkene] heeft bekend gemaakt. Bij ongedateerde, op 3 mei 2005 door Zilveren Kruis ontvangen, brief is namens [Betrokkene] bezwaar gemaakt tegen het besluit van 24 februari 2005. Daarbij is aangegeven dat nog geen reactie is ontvangen op het op 7 maart 2005 ingediende bezwaarschrift. Zilveren Kruis heeft zich op het standpunt gesteld dat het bezwaarschrift van 7 maart 2005 haar niet heeft bereikt.
3. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het op 3 mei 2005 door Zilveren Kruis ontvangen bezwaarschrift van appellanten niet tijdig is ingediend, nu niet is gebleken dat het bezwaarschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en Zilveren Kruis binnen de in artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedoelde termijn van één week heeft bereikt.
4. De brief van 7 maart 2005 is niet aangetekend verzonden. Zilveren Kruis ontkent deze te hebben ontvangen. Naar vaste rechtspraak ligt het dan op de weg van appellanten om aan te tonen dat verzending heeft plaatsgevonden en komt het voor hun risico dat niet kan worden aangetoond dat het bezwaarschrift daadwerkelijk is verzonden. De enkele, in hoger beroep herhaalde stelling dat de brief van 7 maart 2005 op die dag is verzonden is ontoereikend om aan te tonen dat deze brief ook daadwerkelijk op die dag ter verzending aan TNT Post is aangeboden. Evenmin is sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Aan de in hoger beroep aangedragen mogelijkheid dat de brief van 7 maart 2005 is zoekgeraakt bij TNT Post, dan wel bij het Zorgkantoor, kan geen betekenis worden toegekend, omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de brief op of rond 7 maart 2005 ter verzending aan TNT Post is aangeboden.
5. Het hoger beroep slaagt daarom niet. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male, als voorzitter en G.M.T. Berkel-Kikkert en H.C.P. Venema als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.R. Sharma als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2008.
(get.) R.M. van Male.
(get.) S.R. Sharma.
IJ