ECLI:NL:CRVB:2008:BD6276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als leidinggevende in de thuiszorg, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 55-65%, later verlaagd naar 15-25% met een arbeidsduur van 16 uur per week. Het UWV trok haar uitkering per 22 april 2005 in, omdat zij naar medisch oordeel haar maatgevende arbeid volwaardig kon verrichten.
De rechtbank bevestigde dit besluit, en in hoger beroep voerde appellante aan dat er ten onrechte geen medische urenbeperking was vastgesteld en dat het gebruikte beoordelingssysteem onvoldoende transparant was. Het UWV stelde dat de medische stukken geen reden geven om aan te nemen dat uitbreiding van haar werkuren naar 19,64 uur per week te belastend zou zijn.
De Raad oordeelde dat er geen medische gegevens zijn die aantonen dat appellante haar werk niet kan verrichten zoals vastgesteld. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts concludeerden dat zij ondanks haar beperkingen in staat is haar werk structureel en betekenisvol te combineren met andere activiteiten. Daarom is er geen sprake van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO en wordt het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante haar maatgevende arbeid volwaardig kan verrichten.