ECLI:NL:CRVB:2008:BD6367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellant, geboren in 1952, ontving een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid door handklachten. Na een herbeoordeling werd zijn uitkering ingetrokken omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Het Uwv stelde later de arbeidsongeschiktheid vast op 15 tot 25% na nader onderzoek door een bezwaararbeidsdeskundige.
Appellant voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische beperkingen, dat de geselecteerde functies niet geschikt waren en dat hij gezien zijn leeftijd niet gekeurd had mogen worden. De Raad sloot zich aan bij de rechtbank dat leeftijd geen beletsel vormde voor keuring en oordeelde dat de psychische beperkingen niet voldoende waren aangetoond.
De Raad stelde vast dat het Uwv in hoger beroep een adequate, toetsbare toelichting gaf op de belasting van de functies in relatie tot de beperkingen van appellant. Hierdoor werd het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing in eerste aanleg, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Het Uwv werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.