ECLI:NL:CRVB:2008:BD6830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde snorderswerkzaamheden
Betrokkene ontving sinds 1996 bijstand en heeft deze over de periode van januari 2004 tot en met januari 2006 ingetrokken gekregen vanwege niet-gemelde inkomsten uit ongeregistreerde taxichauffeursactiviteiten (snorderswerkzaamheden). De rechtbank Zutphen vernietigde het besluit tot intrekking en terugvordering, omdat onvoldoende was gemotiveerd waarom niet was gekozen voor herziening met verrekening van geschatte inkomsten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat betrokkene de inlichtingenplicht heeft geschonden door inkomsten uit snorderswerkzaamheden niet te melden. De Raad acht de onderzoeksresultaten en verklaringen voldoende bewijs dat betrokkene gedurende de gehele periode inkomsten heeft genoten. Betrokkene slaagt er niet in met concrete gegevens aan te tonen dat hij recht had op aanvullende bijstand.
De Raad bevestigt dat de gemeente bevoegd was de bijstand in te trekken en vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de intrekking betreft. De Raad bepaalt dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen over terug- en invordering, waarbij rekening moet worden gehouden met het invorderingsbeleid en persoonlijke omstandigheden van betrokkene. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente in de proceskosten van €644.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand over de periode januari 2004 tot en met januari 2006 wordt bevestigd en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen over terugvordering.