ECLI:NL:CRVB:2008:BD6834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds november 2001. De gemeente Emmen stelde een onderzoek in nadat de auto van A. regelmatig bij betrokkene werd gezien. Op basis van dit onderzoek en een gesprek op 29 november 2005 werd de bijstand ingetrokken omdat betrokkene zonder melding een gezamenlijke huishouding zou voeren met A.
De rechtbank Assen vernietigde dit besluit omdat de verklaring van betrokkene onvoldoende betrouwbaar was om de intrekking te rechtvaardigen. De gemeente ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat de verklaring wel degelijk voldoende was.
De Raad oordeelt dat de verklaring van betrokkene onvoldoende concreet is en niet duidelijk maakt op welke feiten de conclusie dat A. bij haar woont is gebaseerd. Ook andere verklaringen en onderzoeksbevindingen bieden onvoldoende grondslag om te concluderen dat A. zijn hoofdverblijf bij betrokkene heeft.
Daarom slaagt het hoger beroep niet en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene en het griffierecht wordt opgelegd aan de gemeente.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Emmen wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand wordt niet gehandhaafd.