ECLI:NL:CRVB:2008:BD6930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste grondslag en bevestiging terugvordering
Appellant ontving bijstand sinds 1 januari 2004 en verliet zijn woning op 14 oktober 2004 na een ontruimingsvonnis. Het College van burgemeester en wethouders van Delfzijl trok de bijstand in vanaf die datum wegens het ontbreken van een vaste verblijfplaats en vorderde de bijstand terug. Tevens legde het College een maatregel op van 10% verlaging van de uitkering gedurende twee maanden wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en vernietigde de intrekking en terugvordering over een latere periode, maar handhaafde de besluiten over de eerdere periode. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant op 1 november 2004 het College informeerde over zijn situatie, ondanks het ontbreken van een schriftelijk verslag hiervan, waardoor de intrekking over de periode van 14 oktober tot 6 december 2004 op een onjuiste grondslag berust en dient te worden vernietigd.
De Raad bevestigt echter dat appellant over die periode geen recht had op bijstand en dat het College bevoegd was tot terugvordering. De terugvordering wordt vastgesteld op € 1.307,88. Tevens vernietigt de Raad de maatregel van verlaging van de uitkering omdat deze op dezelfde onhoudbare grond is gebaseerd. Het College wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De intrekking en maatregel worden vernietigd wegens onjuiste grondslag, de terugvordering wordt bevestigd op € 1.307,88, en het College wordt veroordeeld in proceskosten.