ECLI:NL:CRVB:2008:BD7215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding na intrekking thuiswerktoestemming ambtenaar
Appellant, werkzaam als beleidsmedewerker en senior jurist bij een gemeente, kreeg toestemming om een deel van zijn werk thuis te verrichten. Na een klacht over zijn leidinggevende werd deze toestemming ingetrokken met een redelijke overgangstermijn. Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten af, behalve een vergoeding van het griffierecht. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk procesbelang had vanwege omzetverlies en reputatieschade van zijn adviesbureau en dat de rechtbank niet voldoende had onderzocht of volledige proceskostenvergoeding mogelijk was.
De Raad oordeelde dat het beroep zich ook uitstrekte tot het besluit tot vergoeding van proceskosten en dat het forfaitaire systeem van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) uitgangspunt is. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het forfaitaire systeem rechtvaardigen, mede omdat geen sprake was van bewust traineren door het college. Het beroep tegen het besluit tot vergoeding van € 644 werd daarom ongegrond verklaard.
De Raad benadrukte dat het verzoek om schadevergoeding wegens de intrekking van de thuiswerktoestemming op zichzelf niet onderdeel was van het bestreden besluit en dat appellant dit apart kan indienen. De uitspraak bevestigt het belang van het limitatieve karakter van proceskostenvergoedingen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk.