ECLI:NL:CRVB:2002:AE6292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over toekenning en berekening van wachtgeld aan ambtenaar
Appellant, een ambtenaar die vanaf 1977 tevens leraar was, verzocht om wachtgeld wegens vermindering en beëindiging van lessen. Na diverse besluiten en bezwaren over de grondslag en hoogte van het wachtgeld, werd het geschil voorgelegd aan de rechtbank en vervolgens aan de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank oordeelde onder meer dat appellant ook recht had op wachtgeld wegens het wegvallen van lessen tussen 1981 en 1983 en dat de berekeningsbasis aangepast moest worden aan salarisontwikkelingen. De rechtbank wees ook een verzoek tot schadevergoeding af, behalve voor wettelijke rente over te late betalingen.
De Centrale Raad bevestigde grotendeels de rechtbankuitspraak, maar vernietigde enkele besluiten wegens onjuiste verrekening van netto en bruto bedragen en onjuiste berekening van wettelijke rente. Tevens werd appellant deels in het gelijk gesteld over proceskostenvergoeding, waaronder autokosten. Verzoeken tot vergoeding van immateriële schade en rente op rente werden afgewezen.
De Raad legde termijnen op voor het nemen van nieuwe besluiten en betaling van verschuldigde bedragen, met een dwangsom bij overschrijding. Het geschil betrof complexe bestuursrechtelijke aspecten van wachtgeld, wettelijke rente en proceskosten binnen het ambtenarenrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt deels eerdere besluiten over wachtgeld en wettelijke rente, bevestigt andere delen, en draagt op tot nieuwe besluiten en betaling binnen gestelde termijnen.