ECLI:NL:CRVB:2008:BD7552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens ontbreken verzekerde arbeidsverhouding tussen ouder en kind
Appellant, werkzaam als verzorger van zijn hulpbehoevende moeder en betaald uit een Persoons Gebonden Budget, had een arbeidsovereenkomst met zijn moeder. Het UWV weigerde hem een WAO-uitkering toe te kennen omdat hij niet verzekerd was volgens artikel 3 van Pro de WAO, vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding door de familieband.
De rechtbank Leeuwarden bevestigde dit besluit. In hoger beroep stelde appellant dat er wel sprake was van een gezagsverhouding en beriep zich op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel. De Raad overwoog dat in arbeidsverhoudingen tussen ouder en kind doorgaans geen gezagsverhouding wordt aangenomen, tenzij duidelijke aanwijzingen anders zijn, wat hier niet het geval was.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de arbeidsverhouding in overwegende mate door de familieband werd beheerst, wat niet vergelijkbaar is met een reguliere dienstbetrekking. Het beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel faalde omdat verzekeringsplicht van rechtswege ontstaat en niet beïnvloed wordt door deze beginselen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen; appellant is niet verzekerd voor WAO vanwege ontbreken van gezagsverhouding door familieband.