ECLI:NL:CRVB:2008:BD7604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische grondslag en arbeidsongeschiktheid in WAO-herzieningszaak
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard wegens reumatische klachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering gebaseerd op 35-45% arbeidsongeschiktheid. In 2006 herzag het UWV dit naar 45-55% na medisch onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de arbeidskundige beoordeling voldoende was onderbouwd.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd had geoordeeld en dat een eigen deskundigenonderzoek noodzakelijk was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht geen eigen deskundige benoemde, omdat de medische rapporten van het UWV voldoende waren onderbouwd en de stellingen van appellant onvoldoende met medische gegevens werden ondersteund.
Verder stelde de Raad vast dat de geselecteerde functies medisch passend waren en dat de belasting daarvan de vastgestelde belastbaarheid niet overschreed. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en het hoger beroep werd verworpen, waarmee het bestreden besluit ongewijzigd bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd.