ECLI:NL:CRVB:2008:BD7607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Herziening WW-uitkering met terugwerkende kracht niet toegestaan wegens onduidelijkheid korting gewerkte uren
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WW-uitkering over de periode 1 december 2003 tot en met 11 december 2005, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de uitkering met terugwerkende kracht had gekort vanwege gewerkte uren.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit van het Uwv wegens onvoldoende motivering omtrent de berekening van de gekorte uren en gaf opdracht tot een nieuw besluit op bezwaar. Het Uwv nam vervolgens een nieuw besluit waarin het bezwaar deels werd gegrond verklaard en deels ongegrond, met het standpunt dat appellant redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat meer gewerkte uren op zijn uitkering zouden worden gekort.
In hoger beroep stelde appellant dat uit zijn betaalspecificaties niet duidelijk bleek dat hij teveel uitkering ontving en dat hij zijn uren correct had opgegeven. De Raad oordeelde dat het Uwv onvoldoende inzicht had gegeven in de wijze en omvang van de korting, waardoor het voor appellant niet duidelijk was dat te weinig uren waren gekort. Daarom kon het besluit tot herziening met terugwerkende kracht niet in stand blijven.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en vernietigde het bestreden besluit, waarbij het Uwv werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit tot herziening van de WW-uitkering met terugwerkende kracht wordt vernietigd.