ECLI:NL:CRVB:2008:BD7966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt UWV-besluit weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een Wajong-uitkering, die door het UWV werd geweigerd omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het eerste beroep gegrond en beval een hernieuwde beslissing. Het UWV handhaafde het besluit, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep stelde appellante dat zij vanaf 1998 volledig arbeidsongeschikt was, mede onderbouwd met medische rapporten en een ziekenhuisopname.
De Raad oordeelde dat het UWV ten onrechte de late aanvraag en gebrekkige beoordeling voor rekening van appellante liet komen, mede omdat de uitvoeringsinstantie nalatig was geweest in het informeren over de aanvraagmogelijkheid. De Raad stelde vast dat appellante op de relevante datum volledig arbeidsongeschikt was en vernietigde het besluit van het UWV wegens strijd met de Awb.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, waarbij het UWV verantwoordelijk werd gehouden voor de langdurige procedure. Daarom werd een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend. Ook werden de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep aan het UWV opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden UWV-besluit wordt vernietigd en appellante krijgt een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.