ECLI:NL:CRVB:2008:BD8026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid geheim cameratoezicht bij nachtbuschauffeur en ontslag wegens plichtsverzuim
Betrokkene was nachtbuschauffeur bij de RET en werd verdacht van plichtsverzuim, waaronder het niet afgeven van vervoersbewijzen aan betalende passagiers en het opnieuw verkopen van reeds gebruikte vervoersbewijzen. Naar aanleiding van klachten werd in 2004 een observatieonderzoek uitgevoerd met geheime camera’s en dynamische observatie in nachtbussen.
De rechtbank oordeelde dat het cameratoezicht niet toegestaan was en vernietigde het ontslagbesluit. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad toetste de rechtmatigheid van het cameratoezicht aan de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en artikel 441b Wetboek van Strafrecht, evenals aan artikel 8 EVRM Pro.
De Raad concludeerde dat het cameratoezicht noodzakelijk, proportioneel en subsidiariteit in acht nemend was en niet in strijd met de Wbp of het EVRM. Ook was er geen sprake van wederrechtelijkheid in de zin van artikel 441b Sr. De Raad stelde vast dat betrokkene zich schuldig had gemaakt aan ernstig plichtsverzuim en dat het ontslag niet onevenredig was. Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het ontslag van betrokkene bevestigd wegens ernstig plichtsverzuim.