ECLI:NL:CRVB:2008:BD8421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering met instandhouding rechtsgevolgen
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 7 juni 2005 in te trekken. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard, maar appellante voerde aan dat het UWV haar beperkingen niet juist had ingeschat en dat de gebruikte arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was gemotiveerd.
De Raad overwoog dat de medische argumenten van appellante niet nieuw waren en dat het UWV de beperkingen adequaat had vastgesteld. Ten aanzien van de arbeidskundige motivering werd verwezen naar eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) onvolkomenheden vertoonde, maar dat het UWV dit systeem inmiddels had aangepast. Hierdoor verloor de aangekondigde vernietiging van besluiten vanaf 1 juli 2005 zonder instandhouding van rechtsgevolgen haar betekenis.
De Raad vernietigde het besluit van 16 augustus 2005 en de uitspraak van de rechtbank, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit volledig in stand blijven. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van de proceskosten van appellante en vergoedde het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven volledig in stand.