ECLI:NL:CRVB:2008:BD8521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering WAZ-uitkering wegens medische beperkingen en maatmanloon
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om hem een WAZ-uitkering toe te kennen per 25 april 2005. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant met zijn medische beperkingen de hem voorgehouden functies kon vervullen en dat het maatmanloon correct was vastgesteld.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen door migraine ernstiger waren dan aangenomen en dat hij niet in staat was de functies te vervullen. Tevens stelde hij dat het UWV ten onrechte uitging van een werkweek van 55 uur als zelfstandige.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de medische gronden voldoende had gemotiveerd en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de beperkingen onjuist waren ingeschat. Ook de urenberekening van appellant werd niet gevolgd vanwege onrealistische aannames.
Het UWV nam een nieuw besluit op bezwaar waarin het bezwaar alsnog werd gegrond verklaard en een WAZ-uitkering werd toegekend, maar appellant stelde hiertegen geen gronden. De Raad verklaarde dit beroep ongegrond, vernietigde de aangevallen uitspraak en verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WAZ-uitkering wordt gegrond verklaard en het primaire besluit vernietigd.