ECLI:NL:CRVB:2008:BD8579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling toename arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid wegens knieproblemen werd dit percentage in 2003 herzien naar 45-55%, maar na bezwaar werd dit teruggebracht naar 55-65%. Diverse medische en arbeidskundige onderzoeken bevestigden de beperkingen van appellante, waarbij de FML van 22 januari 2004 centraal stond.
Het Uwv verklaarde bezwaren van appellante ongegrond in besluiten van 2004, 2006 en 2008. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en beval een nieuw besluit, inclusief vergoeding van schade. Het Uwv nam daarop een nieuw besluit op 17 maart 2006, maar dit was niet conform de rechtbankuitspraak, met een onjuiste datum als uitgangspunt.
De Raad vernietigde dit besluit en veroordeelde het Uwv tot proceskostenvergoeding. Het hernieuwde besluit van 18 maart 2008 werd door de Raad bevestigd, omdat de medische en arbeidskundige gegevens geen toename van arbeidsongeschiktheid aantoonden. De Raad oordeelde dat de procedure weliswaar traag verliep, maar dat de redelijke termijn niet was overschreden, waardoor de grief faalde.
Uitkomst: Besluit op bezwaar van 17 maart 2006 vernietigd, beroep tegen besluit van 18 maart 2008 ongegrond verklaard.