ECLI:NL:CRVB:2008:BD8589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- T. Peijpe
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding Plavix wegens ontbreken uitzonderingssituatie volgens Ziekenfondswet
Betrokkene, met recidiverende herseninfarcten, gebruikte aanvankelijk andere medicatie waarna Plavix werd toegevoegd. De zorgverzekeraar weigerde vergoeding omdat Plavix alleen vergoed wordt bij intolerantie voor acetylsalicylzuur, wat hier niet het geval was. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en oordeelde dat sprake was van een uitzonderingssituatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het systeem van geneesmiddelenverstrekking exclusief en limitatief is en dat Plavix alleen vergoed kan worden bij intolerantie of overgevoeligheid voor acetylsalicylzuur. De Raad stelt dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding trad door te oordelen dat betrokkene niet behandeld kan worden met acetylsalicylzuur.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en stelt dat de omstandigheden bij betrokkene niet vergelijkbaar zijn met de zeer uitzonderlijke situatie in de Cellcept-zaak. Ook ontbreekt wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van Plavix in deze situatie. De beperkte kosten van Plavix dragen bij aan het oordeel dat geen uitzonderingssituatie aanwezig is. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot vergoeding van Plavix gehandhaafd.