ECLI:NL:CRVB:2000:AA7653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit weigering vergoeding geneesmiddel CellCept
Appellante 1, een niertransplantatiepatiënte, kreeg het geneesmiddel CellCept voorgeschreven vanwege ernstige afstotingsverschijnselen. De zorgverzekeraar weigerde vergoeding van CellCept over de periode september tot december 1996 omdat het middel niet was opgenomen in de Regeling farmaceutische hulp 1996.
Appellante 2, een zelfstandig apotheker, verstrekte het middel aan appellante 1, maar werd niet vergoed door de zorgverzekeraar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante 2 niet-ontvankelijk omdat zij niet als belanghebbende kon worden aangemerkt. De Centrale Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de belangen van de apotheker ingebed zijn in haar rechtsverhouding met appellante 1 en niet rechtstreeks door het besluit worden geraakt.
De Raad oordeelde verder dat het bestreden besluit van de zorgverzekeraar niet in stand kan blijven omdat deze geen zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt, met name ten aanzien van de medische noodzaak en de mogelijke levensbedreigende gevolgen voor appellante 1. Het middel CellCept werd later per 1 augustus 1997 alsnog opgenomen in de Regeling farmaceutische hulp. De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat de zorgverzekeraar een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de zorgverzekeraar veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante 1.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van vergoeding van CellCept wordt vernietigd en de zorgverzekeraar moet een nieuw besluit nemen.