ECLI:NL:CRVB:2008:BD8638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening en netto-terugvordering bijstand over 2002 wegens niet verwijtbare vordering
Appellante ontving bijstand sinds 1986 en werd in 2004 geconfronteerd met een herzieningsbesluit waarbij het College van burgemeester en wethouders van Groningen de bijstand over 2002 herzag wegens te hoge inkomsten, met een bruto-terugvordering van € 11.548,23. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad bevestigt dat de herziening terecht was, maar stelt vast dat het College de bruto-terugvordering toepaste zonder rekening te houden met het feit dat de vordering niet door toedoen van appellante was ontstaan. De Raad oordeelt dat het beleid van het College omtrent bruto-terugvordering te strikt is en dat in gevallen zonder verwijtbaarheid van de belanghebbende van brutering moet worden afgezien.
De Raad vernietigt het besluit van 26 augustus 2005 voor zover het de terugvordering betreft en herroept het oorspronkelijke besluit van 10 november 2004. Vervolgens bepaalt de Raad dat een netto-terugvordering van € 8.725,65 passend is. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellante en bepaalt vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: De bruto-terugvordering wordt vernietigd en vervangen door een netto-terugvordering van € 8.725,65 over 2002.