ECLI:NL:CRVB:2007:BB0561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van bijstand wegens studiefinanciering en niet adequaat reageren door gemeente
Betrokkene ontving sinds oktober 1999 bijstand en meldde in augustus 2003 dat hij per 1 september 2003 een voltijdstudie zou volgen en studiefinanciering ontving. De gemeente zette de bijstand voort met gedeeltelijke verrekening van de studiefinanciering. In februari 2005 trok de gemeente de bijstand in vanaf 1 september 2003 en vorderde de betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene deels gegrond en vernietigde het besluit tot terugvordering. De gemeente ging in hoger beroep tegen dit oordeel. De Raad oordeelde dat de bijstand onrechtmatig was verleend en dat de gemeente bevoegd was tot terugvordering, maar dat het terugvorderingsbeleid binnen redelijke grenzen bleef.
De Raad stelde vast dat de gemeente niet adequaat reageerde op de tijdig verstrekte informatie over de studie en studiefinanciering, waardoor de onterechte bijstand onnodig opliep. Daarom moest de gemeente gedeeltelijk afzien van terugvordering voor de maanden die meer dan zes maanden na ontvangst van de informatie onterecht werden betaald.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de terugvordering betrof en beval de gemeente een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt deels vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen waarbij gedeeltelijk wordt afgezien van terugvordering.