ECLI:NL:CRVB:2008:BD9153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluiten wachtgeld en pensioenschuld niet in geschil
Appellant stelde beroep in tegen besluiten van de minister van Binnenlandse Zaken betreffende de toekenning van wachtgeld na privatisering. De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het belang bij het beroep tegen het besluit van 25 juli 2005 was komen te vervallen en appellant tegen het besluit van 11 juli 2005 geen inhoudelijke gronden had aangevoerd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte geen oordeel had gegeven over zijn pensioenschuld, die voortvloeit uit handelingen van het uitvoeringsorgaan van de minister. De Raad stelde vast dat de pensioenschuld geen onderdeel uitmaakt van de aangevallen uitspraak en dat hierover in de bestreden besluiten terecht niet is beslist.
De Raad concludeerde dat appellant in hoger beroep geen gronden heeft aangevoerd die tot vernietiging van de aangevallen uitspraak kunnen leiden. Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de besluiten over wachtgeld; pensioenschuld maakt geen onderdeel uit van het geschil.