ECLI:NL:CRVB:2008:BD9205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling medisch onderzoek en arbeidsmogelijkheden
Appellante, laatst werkzaam als verpleeghulp en schoonmaakster, viel uit wegens rugklachten en complicaties na een borstoperatie. Na toekenning van een WAO-uitkering werd deze herzien op basis van medisch en arbeidsdeskundig onderzoek, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25-35%.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zij psychisch en lichamelijk meer beperkt was dan aangenomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het rapport van een medisch adviseur werd weerlegd door een bezwaarverzekeringsarts.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten en stelde dat het ontbreken van een onafhankelijk medisch deskundige en de vermeende partijdigheid van de bezwaarverzekeringsarts het proces oneerlijk maakten. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was, dat er geen aanwijzingen waren voor onpartijdigheidsschending en dat de arbeidskundige beoordeling adequaat was.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.