ECLI:NL:CRVB:2008:BD9361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving bijstand tot 7 november 2002 volgens de norm voor een echtpaar en daarna als alleenstaande ouder, omdat haar echtgenoot haar had verlaten. Een onderzoek in 2004 toonde aan dat zij de wegenbelasting van de auto van haar echtgenoot betaalde, wat aanleiding gaf tot een rechtmatigheidsonderzoek. Het College van burgemeester en wethouders van Amersfoort trok daarop de bijstand in over de periode van 7 november 2002 tot 31 maart 2005 en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, omdat het College onvoldoende had gemotiveerd dat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden. Het College nam vervolgens een nieuw besluit waarin het bedrag van de terugvordering werd aangepast op basis van de inkomsten van de echtgenoot.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep vast dat appellante en haar echtgenoot over de periode van 7 november 2002 tot 1 februari 2005 niet duurzaam gescheiden leefden. Dit oordeel is gebaseerd op verklaringen van appellante en haar echtgenoot aan de sociale recherche en andere feitelijke omstandigheden. De Raad verwerpt het standpunt van appellante dat de verklaring van haar echtgenoot niet mag worden gebruikt. Het College handelde binnen zijn bevoegdheid en het hoger beroep wordt verworpen.
De Raad bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering over de genoemde periode. Het beroep tegen het besluit van 1 maart 2007 wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen; bijstand intrekking en terugvordering bevestigd wegens niet duurzaam gescheiden leven.