ECLI:NL:CRVB:2008:BD9546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid toepassing artikel 44 WAO en terugvordering uitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen de rechtbankuitspraak die de toepassing van artikel 44 van Pro de WAO en de terugvordering van € 14.604,24 bruto over de periode van 1 juli 2001 tot en met 31 maart 2003 rechtmatig achtte.
De rechtbank had geoordeeld dat appellante redelijkerwijs kon weten dat haar inkomsten uit arbeid invloed hadden op haar WAO-uitkering en verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel. In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV al sinds november 2001 op de hoogte was van haar werkhervatting en naliet inkomstenformulieren toe te zenden.
De Raad overwoog dat het rechtszekerheidsbeginsel de toepassing van artikel 44 niet Pro in de weg staat gezien de omstandigheden, waaronder de duidelijke informatie aan appellante over de gevolgen van werkhervatting en haar eigen inlichtingenplicht. Het ontbreken van inkomstenformulieren en het niet reageren van het UWV op de melding van de werkgever doet hieraan niet af. Het hoger beroep werd verworpen en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.