ECLI:NL:CRVB:2008:BD9589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling volledige arbeidsongeschiktheid werkneemster per einde wachttijd voor WAO-uitkering
De zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen de toekenning van een WAO-uitkering aan een werkneemster die sinds 4 oktober 2002 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt was. Het Uwv had de werkneemster per 3 oktober 2003 volledig arbeidsongeschikt verklaard en een WAO-uitkering toegekend. De werkgever betwistte dit en voerde onder meer aan dat het onderzoek naar de arbeidsongeschiktheid onzorgvuldig was omdat het pas vier en een halve maand na het einde van de wachttijd plaatsvond.
De rechtbank had het bezwaar van de werkgever deels gehonoreerd vanwege onvoldoende onderzoek naar de onafgebroken arbeidsongeschiktheid gedurende de wachttijd, met name omdat geen informatie was opgevraagd bij de behandelend sector. Het Uwv had daarop alsnog informatie ingewonnen bij de behandelend psychotherapeute, waaruit bleek dat de werkneemster een intensief driedaags dagbehandelingsprogramma volgde dat haar volledig arbeidsongeschikt maakte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de werkneemster terecht als volledig arbeidsongeschikt is aangemerkt per einde wachttijd. De Raad erkent dat de werkgever beperkte mogelijkheden heeft om medische informatie aan te dragen, maar stelt dat dit niet leidt tot schending van het recht op een eerlijk proces. Er is geen aanwijzing dat de situatie op het moment van het onderzoek afweek van die op het einde van de wachttijd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en de volledige arbeidsongeschiktheid van de werkneemster per 3 oktober 2003 bevestigd.