ECLI:NL:CRVB:2008:BE0009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten bijstandsaanvraag wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellante diende op 7 maart 2005 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het College stelde de aanvraag buiten behandeling op 31 maart 2005 omdat appellante niet binnen de gestelde termijn de ontbrekende bankafschriften had overgelegd. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 21 juli 2005 ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellante redelijkerwijs in staat was de gevraagde stukken tijdig te verstrekken. De rechtbank vond de termijn niet onredelijk kort en stelde vast dat appellante geen verzoek tot termijnverlenging had gedaan. Het ontbreken van één bankafschrift leidde ertoe dat het College de aanvraag terecht buiten behandeling stelde.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat het College terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te laten en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de aanvraag om bijstand blijft buiten behandeling wegens niet tijdig aanleveren van de gevraagde gegevens.