ECLI:NL:CRVB:2012:BX5218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- E.C.R. Schut
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren bankafschrift
Appellante diende op 9 juni 2009 een aanvraag om bijstand in, maar leverde niet alle gevraagde stukken tijdig aan, waaronder een bankafschrift met volgnummer 4. Het college stelde de aanvraag op 2 juli 2009 buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat appellante onvoldoende gehoor gaf aan het verzoek om ontbrekende stukken te overleggen en het gesprek voortijdig verliet.
Appellante voerde aan dat het bankafschrift later die dag alsnog werd ingeleverd en dat het afschrift betrekking had op een periode waarin zij nog recht had op bijstand. De Raad oordeelde dat het niet tijdig aanleveren binnen de hersteltermijn doorslaggevend is en dat gegevens die na het primaire besluit worden verstrekt in beginsel niet relevant zijn. Ook was niet gebleken dat het bankafschrift volledig was ingeleverd.
De Raad stelde vast dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen en dat appellante geen aannemelijke gronden had gegeven voor verlenging van de hersteltermijn. Psychische klachten van appellante boden geen rechtvaardiging voor het niet tijdig aanleveren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van een essentieel bankafschrift binnen de gestelde hersteltermijn.