ECLI:NL:CRVB:2008:BE8777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit terugvordering bijstand
Appellante was het niet eens met het besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maarssen om de bijstand over 2003 te herzien en een bedrag van €3.196 netto terug te vorderen. Zij stelde bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Utrecht, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische problemen, mede veroorzaakt door het handelen van het College, haar verhinderden tijdig beroep in te stellen. Ook stelde zij dat de Nationale ombudsman haar verzoekschrift als beroepschrift had moeten doorzenden. De Raad oordeelde dat uit de medische verklaringen niet bleek dat appellante niet in staat was tijdig beroep in te stellen. Bovendien had appellante binnen de beroepstermijn een klacht ingediend bij de ombudsman, wat impliceert dat zij toen wel in staat was tot het instellen van beroep.
De Raad verwierp ook het standpunt dat de ombudsman het verzoekschrift had moeten doorzenden, aangezien dit volgens artikel 9:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht tot de exclusieve bevoegdheid van de ombudsman behoort. De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.