ECLI:NL:CRVB:2008:BE8896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WW-uitkering wegens werkzaamheden in videotheek echtgenote
Appellant ontving een WW-uitkering gebaseerd op een 38-urige werkweek. Het UWV stelde na onderzoek vast dat appellant vanaf 1 december 2004 gemiddeld 33 uur per week werkzaam was in de videotheek van zijn echtgenote, wat leidde tot beëindiging van zijn WW-uitkering voor die uren. Appellant voerde aan dat hij slechts hielp en niet als zelfstandige werkte, en stelde dat zijn verklaringen onder druk waren afgelegd.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit van het UWV wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar verklaarde ter zitting geen belang meer te hebben bij dit hoger beroep, waardoor dit niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Raad beoordeelde vervolgens het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV waarin de WW-uitkering gedeeltelijk werd beëindigd. De Raad oordeelde dat de werkzaamheden van appellant in de videotheek economische waarde vertegenwoordigen en dat hij zijn werknemerschap verloor. Het UWV had voldoende onderzoek gedaan en de uren juist vastgesteld.
Daarom verklaarde de Raad het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond en wees het verzoek tot schadevergoeding af. De uitkering werd terecht beëindigd met ingang van 1 december 2004 voor 33 uur per week.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van de WW-uitkering wegens werkzaamheden in de videotheek van de echtgenote wordt ongegrond verklaard.