ECLI:NL:CRVB:2008:BE8897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van maatregel wegens onvoldoende medewerking re-integratie en recidive
Appellant kreeg vanaf 1 augustus 2003 een WW-uitkering en werd begeleid door Lelie-Hollander bij zijn re-integratie. Lelie-Hollander rapporteerde moeizame communicatie en onvoldoende medewerking, waarna het UWV een korting van 20% op de uitkering oplegde, later gematigd naar 10%. Vervolgens weigerde appellant mee te werken aan een re-integratietraject via Loyalis, wat leidde tot een nieuwe korting van 30% wegens recidive.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat het weigeren van ondertekening van de voortgangsrapportage onvoldoende is om te concluderen dat appellant niet meewerkte, mede omdat geen wettelijke verplichting tot ondertekening bestaat en het UWV erkende dat niet alle vacatures passend waren.
Ook het besluit over de maatregel wegens Loyalis faalt omdat het UWV appellant niet vooraf informeerde over de inschakeling van Loyalis, wat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. De Raad vernietigt daarom beide besluiten en de bijbehorende uitspraken en beveelt het UWV opnieuw te beslissen, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en beveelt hernieuwde besluitvorming met vergoeding van proceskosten en griffierecht.