Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- veroordeelt appellant in de proceskosten in hoger beroep van betrokkene tot een bedrag van € 1.652,-.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was sinds 1982 werkzaam bij appellant en kreeg per 1 juni 2004 ontslag met recht op een volledige werkloosheidsuitkering, waaronder een naastwettelijke uitkering. In 2010 legde appellant een maatregel op wegens vermeende niet-nakoming van re-integratieverplichtingen, wat betrokkene betwistte.
De rechtbank oordeelde dat de re-integratieverplichting alleen geldt indien een re-integratiebureau is aangewezen en dat dit niet het geval was, waardoor de maatregel onterecht was. Appellant stelde in hoger beroep dat de verplichtingen van betrokkene onverminderd gelden, ongeacht de inschakeling van een re-integratiebureau.
De Raad bevestigt dat de re-integratieverplichting alleen ziet op re-integratie uitgevoerd door een door appellant aangewezen bureau en dat overleg met betrokkene wenselijk maar niet vereist is. Omdat geen bureau was aangewezen, heeft betrokkene haar verplichting niet geschonden en bestond geen grond voor de maatregel. De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de maatregel wegens het ontbreken van een aangewezen re-integratiebureau.