ECLI:NL:CRVB:2008:BE8924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening betalingsverplichtingen WW op grond van onjuiste uitleg
Werknemer diende bij het UWV een aanvraag in om betalingsverplichtingen van zijn werkgever op grond van de WW over te nemen. Het UWV stelde de opzegtermijn vast op zes weken, waartegen geen bezwaar werd gemaakt. Later stelde werknemer dat een eerdere uitspraak van de Raad een langere opzegtermijn voorschreef en verzocht het UWV de termijn opnieuw vast te stellen.
Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep van werknemer ongegrond, hetgeen door de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd. De Raad overwoog dat een latere rechterlijke uitspraak die een eerdere onjuiste wettelijke uitleg aantoont, niet als nieuw feit of omstandigheid geldt.
De Raad benadrukte dat het risico van het berusten in een besluit dat later onjuist blijkt, bij de betrokkene blijft. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel, redelijkheid en billijkheid werd verworpen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van het UWV-besluit wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.