ECLI:NL:CRVB:2008:BE8930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek opzegtermijn WW wegens ontbreken nieuwe feiten
Werknemer heeft bij het UWV een aanvraag ingediend voor overname van betalingsverplichtingen van zijn werkgever op grond van de WW. Het UWV stelde de opzegtermijn op zes weken, waartegen geen bezwaar is gemaakt. Later stelde werknemer dat een uitspraak van de Raad van 27 april 2005 een langere opzegtermijn voor hem betekende en verzocht om herziening van het besluit.
Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwierp tevens het beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat het enkele feit dat een latere rechterlijke uitspraak een eerdere onjuiste uitleg van een wettelijk voorschrift aantoont, niet als nieuw feit of omstandigheid geldt. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid en het gelijkheidsbeginsel faalt. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van de opzegtermijn wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.