Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2008:BE9014

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/6420 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:58 AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding in WAO-zaak

Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden van het hoger beroep. Appellant voerde aan dat hij de gronden ruim voor de zitting had ingediend en dat hij geen uitnodiging voor de zitting had ontvangen. Tevens stelde hij dat de termijn geen harde deadline was omdat deze niet expliciet in de brief was vermeld.

De Raad overwoog dat de uitspraak zonder zitting is gedaan en dat de termijn van vier weken, zoals vermeld in de brief van 2 januari 2008, duidelijk als deadline gold. De termijn begon op 3 januari 2008 en eindigde op 30 januari 2008. Het niet indienen van de gronden binnen deze termijn leidde tot niet-ontvankelijkheid. Het beroep op een eerdere uitspraak uit 2000 faalde omdat die betrekking had op een andere procedure en minder duidelijke termijnen.

De Raad concludeerde dat het verzet ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 juli 2008.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden van het hoger beroep.

Uitspraak

07/6420 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Naam appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 15 november 2007, 07/65 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinsituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 25 juli 2008
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 22 februari 2008 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak van de Raad heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 13 juni 2008.
Appellant heeft zich daar laten vertegenwoordigen door W. Platvoet, werkzaam bij GIBO Groep te Etten-Leur. Het Uwv was niet vertegenwoordigd.
II. OVERWEGINGEN
1. De uitspraak van de Raad van 22 februari 2008 berust hierop, dat appellant de gronden van het hoger beroep niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft ingediend.
2. Appellant heeft aangevoerd dat hij de gronden meer dan tien dagen voor de zitting van 22 februari 2008 heeft ingediend en dat hij voor deze zitting geen uitnodiging heeft ontvangen. Voorts heeft hij aangegeven er vanuit te zijn gegaan dat de genoemde termijn geen echte ‘deadline’ was omdat de datum waarvoor de gronden moesten worden ingediend niet in de brief van 2 januari 2008 was vermeld. Ten slotte heeft hij een beroep gedaan op de uitspraak van de Raad van 16 november 2000 (LJN AE8309).
3.1. De Raad is van oordeel dat hetgeen appellant heeft aangevoerd geen doel treft.
3.2. De Raad overweegt allereerst dat een uitspraak op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb, zoals de uitspraak van de Raad van 22 februari 2008, wordt gedaan zonder dat een zitting wordt gehouden. Er heeft dus geen zitting plaats gevonden en artikel 8:58 van Pro de Awb, waarin is geregeld dat partijen tot tien dagen voor de zitting nadere stukken kunnen indienen, is niet van toepassing.
3.3. De stelling van appellant dat hij de in de brief van 2 januari 2008 genoemde termijn van vier weken niet als ‘deadline’ heeft opgevat kan de Raad niet volgen. In de brief is duidelijk vermeld dat de termijn vier weken bedraagt en dat de termijn aanvangt met ingang van de dag na die waarop deze brief is verzonden. De termijn is dus aangevangen op 3 januari 2008 en eindigde op 30 januari 2008. Bovendien is in de brief vermeld dat hij, indien hij de gronden niet binnen de gestelde termijn indient, er rekening mee moet houden dat het hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Dat appellant die termijn toch niet heeft opgevat als een ‘deadline’ moet voor zijn rekening blijven.
3.4. Het beroep van appellant op de uitspraak van de Raad van 16 november 2000 slaagt evenmin omdat deze uitspraak betrekking heeft op een bezwaarschriftenprocedure en in dat geval onvoldoende is aangegeven welke consequenties aan het overschrijden van de gestelde termijn verbonden zijn. Zoals hiervoor onder 3.3 is aangegeven is in de brief van 2 januari 2008 duidelijk vermeld waar appellant rekening mee moet houden bij overschrijding van de termijn.
3.5. Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2008.
(get.) J. Janssen.
(get.) A. Wit.
BP