ECLI:NL:CRVB:2008:BE9097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.J. Goorden
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant werkte vanaf februari 2000 via uitzendbureaus en viel in augustus 2000 uit wegens hypersomnolentie veroorzaakt door een obstructief slaapapneusyndroom. Het UWV weigerde aanvankelijk een Ziektewetuitkering omdat er geen sprake zou zijn van ziekte. Later werd een WAO-uitkering aangevraagd, maar ook deze werd geweigerd op grond van artikel 30 van Pro de WAO, omdat appellant bij aanvang van de verzekering al geheel arbeidsongeschikt zou zijn geweest.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde het besluit wegens onvoldoende arbeidskundige motivering. Het UWV nam een nieuw besluit dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde. De Raad stelde vast dat het UWV niet duidelijk had gemotiveerd op welke grondslag de uitkering werd geweigerd en dat er geen beoordeling door een verzekeringsarts had plaatsgevonden over de verwachting van uitval bij aanvang van de verzekering.
De Raad oordeelde dat het UWV niet had voldaan aan het motiveringsbeginsel en dat het besluit in strijd was met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.