ECLI:NL:CRVB:2008:BE9103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidskundige en medische grondslag
Betrokkene, die sinds 1992 arbeidsongeschikt is verklaard met klachten aan de rechterarm en psychische klachten, kreeg haar WAO-uitkering per 22 mei 2005 beëindigd door het UWV. Na bezwaar werd deze herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit van 13 januari 2006 wegens onvoldoende onderbouwing van de arbeidskundige geschiktheid voor de functie assistente consultatiebureau.
Beide partijen gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de medische grondslag toereikend was en dat de arbeidsbeperkingen niet waren onderschat. De Raad vond echter dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom betrokkene geschikt zou zijn voor de functie assistente consultatiebureau, mede vanwege de dyslexie en de noodzaak van een rustige werkomgeving.
De Raad onderschreef de rechtbank ook dat betrokkene niet medisch onderbouwd kon worden uitgesloten van de functies postbesteller en machinaal metaalbehandelaar. De Raad bevestigde daarom het vernietigen van het bestreden besluit en veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de arbeidskundige geschiktheid; het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.