ECLI:NL:CRVB:2008:BE9498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.J. Goorden
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, werkzaam als medewerkster administratie, viel in december 1998 uit wegens letsel aan haar slokdarm en ontving vanaf december 1999 een WAO-uitkering. In 2005 vond een herbeoordeling plaats waarbij een verzekeringsarts beperkingen vaststelde ten aanzien van hoge werkdruk, conflicten en zware fysieke werkzaamheden. De arbeidsdeskundige concludeerde dat het verlies aan verdienvermogen 0% bedroeg, waarna het UWV besloot de WAO-uitkering per juni 2005 in te trekken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het UWV geen onjuiste medische beperkingen had aangenomen en dat de geselecteerde functies binnen de functionele mogelijkhedenlijst (FML) pasten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onderschat waren en dat de arbeidsdeskundige onvoldoende toelichting gaf op de acceptatie van overschrijdingen in de belastbaarheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet waren onderschat. Ook was de selectie van functies adequaat gemotiveerd en besproken met appellante. De Raad vond geen aanleiding voor een nader medisch onderzoek en verwierp de grieven van appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling.