ECLI:NL:CRVB:2008:BE9506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand als alleenstaande van september 2000 tot juni 2001. Het College vermoedde dat appellant samenwoonde met een partner en startte een onderzoek. Op basis hiervan werden bijstandsuitkeringen herzien, ingetrokken en teruggevorderd van zowel appellant als zijn partner wegens het niet melden van de gezamenlijke huishouding.
De rechtbank vernietigde het intrekkingsbesluit wegens onjuiste grondslag maar handhaafde de terugvordering deels. Appellant betwistte dit in hoger beroep, met name de hoofdelijke aansprakelijkheid en de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit.
De Raad stelde vast dat appellant vanaf 1 december 2002 onbetwist een gezamenlijke huishouding voerde met zijn partner en dat ook voor de periode daarvoor voldoende bewijs was voor gezamenlijke huishouding. Hierdoor was appellant mede aansprakelijk voor terugvordering op grond van artikel 59 WWB Pro. Het College was bevoegd tot intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.
De Raad oordeelde echter dat het terugvorderingsbesluit als één geheel moet worden beschouwd en vernietigde het besluit van 27 mei 2005 voor zover het de medeterugvordering betrof. Het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.