ECLI:NL:CRVB:2008:BE9794
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering vervolgingsslachtoffers wegens ontbreken Nederlandse nationaliteit
Appellante, geboren in 1923 en woonachtig in België, diende in mei 2005 een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. De verweerster wees de aanvraag aanvankelijk af omdat appellante niet voldeed aan de criteria van vervolging volgens de Wet. In het bestreden besluit werd erkend dat appellante vervolging had ondergaan, maar bleef de afwijzing gehandhaafd vanwege het ontbreken van de Nederlandse nationaliteit en woonplaats, alsmede het ontbreken van een hechte verbondenheid met Nederland.
Appellante voerde aan dat zij uit Nederlandse ouders zou zijn geboren en dat bewijs hiervan moeilijk te leveren was vanwege de omstandigheden van haar woonwagenbewonersfamilie. Ook stelde zij dat verweerster onvoldoende onderzoek had gedaan en dat een nicht en haar kinderen wel aanspraak konden maken op de Wet. Verweerster voerde gemotiveerd verweer.
De Raad concludeerde op basis van ingewonnen gegevens dat appellante in België is geboren, de Belgische nationaliteit door naturalisatie in 2003 heeft verkregen en daarvoor onbepaald was. Er was geen officieel bewijs van Nederlandse nationaliteit. De situatie van de nicht was niet vergelijkbaar omdat deze gehuwd was met een Nederlander en de Nederlandse nationaliteit bezat. Er was geen sprake van een hechte en duurzame verbondenheid met Nederland. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
De Raad wees tevens een vergoeding van proceskosten af omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 augustus 2008.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van de Nederlandse nationaliteit en hechte verbondenheid met Nederland.