ECLI:NL:CRVB:2008:BE9989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.J. Goorden
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling medische beperkingen en passende functies
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 1 juni 2005. Zij stelde dat haar beperkingen onvoldoende waren erkend, met name op het gebied van spraak, geheugen en de functie van haar linker lichaamshelft. Tevens betwistte zij de passendheid van de geselecteerde functies, vooral de functie chauffeur bijzonder vervoer.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld. De spraakstoornis was niet objectief aantoonbaar, het geheugen was adequaat verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en de beperkingen van de linker lichaamshelft waren adequaat erkend en weergegeven. De geselecteerde functies waren passend binnen de beperkingen, en het buiten beschouwing laten van de functie chauffeur bijzonder vervoer had geen gevolgen voor de schatting.
De Raad stelde vast dat het bestreden besluit pas in hoger beroep deugdelijke onderbouwing kreeg, waardoor het besluit vernietigd werd wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro. De rechtsgevolgen bleven echter in stand. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd eveneens vernietigd. Tot slot werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.