ECLI:NL:CRVB:2008:BF0483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht woonadres
Appellant ontving sinds 1996 bijstand en stond sinds 16 september 2003 ingeschreven op het adres van zijn broer. Na een onderzoek in het kader van het project “Klant in Beeld” stelde het College vast dat appellant niet daadwerkelijk op dat adres woonde en trok de bijstand met ingang van die datum in. Het bezwaar van appellant werd door het College ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het College terecht heeft vastgesteld dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht over zijn woonadres. Uit verklaringen en huisbezoeken bleek dat appellant slechts enkele nachten per week bij zijn broer verbleef en verder bij zijn vriendin. De woon- en leefsituatie was ondoorzichtig, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad stelt vast dat het College bevoegd was de bijstand vanaf 16 september 2003 in te trekken en dat het beleid daarbij niet onredelijk was toegepast. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht over het woonadres wordt bevestigd.