ECLI:NL:CRVB:2008:BF2244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.J. Goorden
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering ondanks procedurefout blijft in stand
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35 tot 45%. Tijdens de bezwaarschriftenprocedure werden medische stukken van haar werkgever niet aan haar bekendgemaakt, wat in strijd was met artikel 7:6, eerste lid, van de Awb. Het UWV erkende deze procedurefout.
De Raad oordeelde dat deze procedurefout tot vernietiging van het besluit moest leiden, evenals van de uitspraak van de rechtbank die geen gevolgen verbond aan deze fout. Desondanks werd vastgesteld dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit deugdelijk waren en dat appellante op de stukken in hoger beroep kon reageren.
Het verzoek van appellante tot vergoeding van immateriële schade wegens schending van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de termijn niet was overschreden. Uiteindelijk vernietigde de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.